EEN NIEUW GELUID 2001-4

 

DE GEEST DER WAARHEID

 

Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. (Joh.14:15-17)

 Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen; (Joh.15:26)

Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waar­heid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. (Joh.16:13)

Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling. (1 Joh.4:6)

 

Driemaal haalt de apostel Johannes in zijn evangelie woorden van de Here Jezus aan, die spreekt over het zenden van de Geest en deze de Geest der waarheid noemt. In zijn eerste  brief wijst hij op de tegenstelling met de geest der dwaling.

Er zou een boek te schrijven zijn over wat de Bijbel zegt over waarheid en dwaling.

We horen veel spreken over de liefde. We moeten lief zijn voor alle mensen en Gods Geest is een Geest van liefde. Helaas kan ik de uitdrukking >Geest der liefde= of >Geest van liefde= niet vinden in de Bijbel, hoewel de waarheid niet strijdig is met de liefde.

De Here Jezus zegt dat Hem liefhebben betekent zijn geboden onderhouden. Liefde is dus niet zomaar een gevoel, maar heeft met daden te maken. Jezus spreekt tot zijn volgelingen. Hij zal dan niet lang meer lichamelijk bij hen aanwezig zijn, maar de Vader zal een andere Trooster zenden, de Geest der waarheid. Die Geest zal de weg wijzen naar de volle waarheid en zoals Jezus tegen de Joden zei: de waarheid zal ons vrij maken. Anderen kunnen die Geest niet ont­vangen en zullen ook nooit de waarheid leren kennen. Voorwaarde is de Messias lief te hebben en te doen wat Hij zegt. De discipelen van Jezus kenden de volle waarheid nog niet. De Geest zou hun de weg wijzen en die moesten ze dan gaan!

Als we verder zoeken naar de waarheid, ontdekken we al gauw dat die te maken heeft met de Bijbel. Uw Woord is de waarheid. De waarheid kan nooit in strijd zijn met de Bijbel en zij die hun best doen tegenstellingen in de Bijbel aan te tonen, zijn helemaal verkeerd bezig. We moe­ten zoeken naar de volle waarheid en dan blijkt dat we wel eens verkeerd zijn voorgelicht, omdat men fout heeft vertaald of verkeerd heeft verklaard.

De menselijke geest komt niet achter de waarheid, maar de bekeerde mens, die de Here Jezus wil volgen en zich laat leiden door de Geest, gaat steeds meer van de waarheid zien. Dan kun­nen we nog niet direct zeggen dat we de volle waarheid kennen, maar we zijn op weg gegaan en dat is een gezegende weg.

Wie de weg niet gaat, volgt heel gemakkelijk allerlei dwalingen. Er zijn theologen, die duidelij­ke Bijbelse waarheden ontkennen. Zij zijn niet uit God, maar volgen de geest der dwaling. Men probeert dan dikwijls hen te overtuigen van de waarheid van de Bijbel, maar dat blijkt hele­maal niet te werken. Wij kunnen niet overtuigen, wel getuigen. We kunnen getuigen van de geweldige waarheden van de Bijbel, van Gods verlossingsplan, van Israël en van Jezus Chris­tus, de Messias en de komende Koning. We kunnen getuigen van Gods reddende werk in ons leven en van de genezing die Hij wil geven op het gebed. We kunnen getuigen dat God trouw blijft aan zijn herstelbeloften van Israël en dat Hij het huis van Israël nooit uit het oog heeft verloren, maar geleid heeft naar de plaats die Hij voor dit volk had klaargemaakt. Wij kunnen van al deze zaken getuigen, maar we kunnen niemand overtuigen en hoeven dus ook niet kwaad te worden als de mensen ons niet geloven. Het is de Geest die overtuigt en die wij aan het werk kunnen zien als er mensen overtuigd worden. Dan hebben wij onze plicht gedaan, maar God alleen krijgt de eer, want het is zijn werk, waar wij deel aan hebben, wat ons dank­baar maakt.

G. van der Laan

 

 

HET DIENSTVOLK

De derde van drie studies

door Lena Williams

 

de Dienstknecht - het Dienstvolk - de Koning en de na­tie

 

Het nieuwe verbond

De sleutel tot de vervulling van alle beloften van God aan het dienstvolk is het nieuwe verbond. Zonder de instelling van het nieuwe verbond op Golgotha en de lege graftombe zouden de beloften aan Abraham en alle anderen nooit zijn gerealiseerd. Het nieuwe verbond is de sleutel die eigenlijk het >Boek= van deze nieuwe regeling opende. Een studie van Openbaring 5 maakt dit feit heel duidelijk: AWie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken?.....En ik weende zeer, omdat niemand waaar­dig was gebleken de boekrol te openen of die in te zien. En een van de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen. En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een lam staan, als geslacht...@ (v.2-8).

Gedurende deze tweeduizend jaar genadetijd heeft elke oprechte christen gehoopt dat hij nog op deze aarde zou leven als onze Verlosser zou terugkeren. De christenen van de vroege kerk wer­den aangemoe­digd trouw te zijn tot in de dood omdat zij uitkeken naar een spoedige komst van hun geliefde Heer. Het is dezelfde verwachting die, door de eeuwen heen tot op vandaag, de moraal hoog heeft gehouden van het totale lichaam van Christus, maar Hij is nog steeds niet gekomen. Waarom is dat zo?


Wat te zeggen als onze Heer teruggekeerd zou zijn bijvoorbeeld aan het eind van de eerste eeuw, zoals zo velen geloofden. Dan zou zeker het lichaam van Christus nogal pover zijn geweest, want sinds die tijd zijn geweldige aantallen kostbare zielen, die in het volbrachte werk van Jezus geloof­den, genaderd tot de levende God. Ook zou de evangelie­boodschap beperkt zijn gebleven tot een betrekkelijk klein gebied. De centra van het unieke geloof zouden niet door het gehele Romeinse gebied zijn gesticht; er zouden geen Keltische heiligen zijn op de eilanden in het westen geweest zijn, geen Wycliff, Luther, Calvijn, Tyndale, Cranmer, Wesley om er maar enkelen te noemen, afgezien nog van de mil­joenen onbekende mensen die voor hun Heer hebben geleefd en gestreden. De door God gegeven opdracht aan Israël, het dienst­volk,  een zegen te zijn voor de wereld zou zijn gekortwiekt. Het was dan ook goed voor de groei van het lichaam dat Jezus Chris­tus talmde en nog steeds talmt met terugkeren. De genadeperiode waarin we nu leven is onderworpen aan een bepaalde tijdsduur, waarvan het einde alleen aan de Vader bekend is, opdat het lichaam van zijn Christus compleet kan worden.

 

Het Abrahamitisch verbond

Het is echter net zo belangrijk dat wij ons realiseren dat onze hui­dige dispensatie in eerste instantie is verbonden met de vervul­ling, naar mijn mening gedeeltelijke vervulling, van het Abraha­mitische verbond. Dit proces zou uit noodzaak gespreid zijn over vele eeuwen en dus kon de terugkeer van de Heer nog niet verwe­zenlijkt worden. Overtuigd van onze Israëlidentiteit weten wij, dat Gods beloften aan Abraham, in tegenstelling tot wat in het alge­meen wordt aangeno­men, zijn vervuld; duidelijk traceerbaar in de Britse en aanpalen­de volken. AIk zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik ver­vloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems geze­gend worden@. Wij zijn zijn getuigen geweest en wij hebben hoop en redding gebracht tot aan de einden van de aarde. Het voornaam­ste moet echter nog komen voor het dienstvolk! Het is mijn overtuiging dat de totale inhoud van dit ­verbond nog niet volledig operationeel is totdat het koninkrijk van God op aarde zal worden opgericht en onze Heer regeert. Het Abrahamitische ver­bond was inderdaad het fundament van het nieuwe verbond, want beide berusten op het geloof en niet op de verdiensten van de individuele gelovige. God gaf Abraham grote beloften, hij ge­loofde God >en het werd hem tot gerechtig­heid gerekend=. De beloften van het verbond werden later bevestigd aan Isaac en nog later aan Jakob, niet omdat zij iets bijzonders hadden gedaan om ze te verdienen, maar vanwege het geloof van een voorouder. Op dezelfde manier gelooft de mens van vandaag in het volbrachte werk op Golgotha en dat wordt ook hem/haar tot gerechtigheid gerekend. Het principe van het Abrahamitisch verbond is dus hetzelfde als dat van het nieuwe verbond, want ze zijn niet geba­seerd op de verdiensten van de mens, maar op de verdiensten van God zelf. Beide verbonden zijn in dit opzicht onvoorwaarde­lijk want beide zijn geheel en al afhankelijk van Goddelijke, eerder dan van menselijke verdiensten. De mens wordt gerechtvaardigd door geloof alleen en niet door werken!

Vanaf de dagen van de vroege kerk tot heden kunnen wij de ver­vulling van het verbond van God met Abraham volgen. Alle fami­lies op de aarde zouden gezegend worden door dat ene Zaad, de Heer Jezus Christus. Aan het dienstvolk was de taak gegeven de evangeliebood­schap te verkondigen aan een verloren wereld, want God had deze wereld lief!

In het Abrahamitische verbond was ook territoriaal bezit voor de afstammelingen van Israël opgenomen. Zij zouden het land Ka­naän beërven, zij zouden zich uitbreiden over de aarde en vele kolonies hebben en zij zouden >de poorten van hun vijanden bezit­ten=. Zij zouden een volk zijn met een grote naam; zij zouden een verzameling van volken zijn. Koningen zouden over hen regeren. Al heeft het vele eeuwen geduurd, vanaf de tijd van de balling­schappen van onze voorvaderen tot de huidige dag, deze beloften zijn letterlijk vervuld in de volken van Noordwest-Europa.

 

De genadetijd

Veel bijbellezers denken dat de genadetijd alleen toepasbaar is op de geschiedenis van de christelijke kerk; anderen passen deze tijd uitslui­tend toe op Israël. Maar men moet zich realiseren dat de kerk in Israël nooit gescheiden was van de staat! De tabernakel in de woestijn bevond zich altijd te midden van het volk en van daar­uit regeerde God. De twaalf stammen waren rond de tabernakel gegroepeerd; viermaal drie in het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Het was het koninkrijk van God op aarde. God is niet van gedachten veranderd.. Beide staat en kerk in Israël zijn één en zullen één zijn in het komende koninkrijk op aarde. De genadetijd is dus zeer van toepassing op zowel de kerk van Jezus Christus, die bestaat uit elke gelovige ongeacht volk of kleur, en de rechtstreekse nakomelingen van de twaalf stammen van Israël. Dit koninkrijk is vandaag de dag op deze aarde, het moet alleen nog vervolmaakt worden bij de komst van de Heer.

Er is een ander facet aan deze Godsbeschikking, die we niet moe­ten onderschat­ten noch negeren, waarvan de oorsprong stamt uit de tijd van Adams val. In Genesis zegt God tegen de Boze: AEn Ik zal vijand­schap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen@ (3:15). Terecht passen bijbeluitleggers dit >vermorze­len= van Satans hoofd toe op de overwinning van Jezus Christus op Golgotha, maar zij vergeten dikwijls het feit dat de oorlog door Satan zelf was verklaard aan de nakomelingen van Adam en aan de volken van Israël in het bijzonder en dat deze oorlog zich heeft voortgezet tot in de huidige tijd. Oorlog tussen het zaad van Satan en het volk Israël is onverminderd door de tijd heen voortgezet en kan gemakkelijk in de geschiedenis worden nagegaan. De genade­tijd is niet alleen een periode van geestelijke zegeningen, niet al­leen een tijd van vervulling van het Abrahamitische verbond, maar ook een tijd van grote beproevingen en rampspoeden voor het volk Israël. Zei de Heer niet tegen zijn discipelen: AIn de we­reld lijdt gij verdrukking...@ (Joh.16:33) en in vers 2 van hetzelfde hoofdstuk: AMen zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen@. Deze woorden waren niet alleen van toepassing op de volgelingen van Jezus uit het Nieuwe Testament, maar op alle aanhangers van het geloof in de vele eeuwen die volgden. Wij weten uit verslagen dat tenminste tienmiljoen om hun geloof wer­den gedood tijdens de regering van de Romeinse keizers, dat ten­minste vijftig miljoen werden geterrori­seerd onder het pauselijke Rome en dat deze vervolgingen van de heiligen nog steeds door­gaan. Een verdrukking die tweeduizend jaar heeft geduurd mag rustig genoemd worden >de grote verdrukking=.

 

De terugkeer van Jezus Christus

Er is ook een andere verdrukking waar Jezus over spreekt en die wij niet moeten verwarren met de zojuist genoemde. Mattheüs 24 zegt: AWant er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zul­len die dagen worden ingekort@ (v.21-22). Merk op dat deze ver-drukking niet >groot= is vanwege de tijdsduur, maar vanwege de hevigheid ervan. Onze vreugde en opwin­ding over de waarschijn­lijk aanstaande terugkomst van onze Heer wordt getemperd door het feit dat wij een tijd van verschrikkelijke beproevin­gen in het vooruitzicht hebben. Wij worden echter getroost, omdat Hij zijn volk door zijn Woord vooraf heeft gewaarschuwd. In het >Book of Common Prayer= staan de woorden: AEr is geen ander die voor ons strijdt, dan U o Heer@. AWij zijn zijn volk en de schapen van zijn weide@. In die verschrikkelijke dagen zal Hij voor ons strijden.

De tweede komst van Jezus is een veelomvattend onderwerp en het is niet mogelijk alle aspecten in een kort artikel te behandelen. Omdat de onderwerpen van de eerste twee artikelen in deze serie >De Dienstknecht= en >Het dienstvolk= toch iets ervan hebben aang­eroerd, dacht ik er goed aan te doen beide snoeren te zamen te rijgen tot een natuurlijke reeks, met als titel >De Koning en de na­tie=.

 

Het tijdperk van het Koninkrijk

In de eerste plaats kan er geen millennium of tijdperk van het koninkrijk zijn vóór de terugkeer van de Heer naar de aarde. Wij moeten daarom beginnen met zijn terugkomst. Er is geen betere bijbeltekst dan de woorden die Jezus hierover zegt in Mattheüs 24 als Hij zijn discipelen in vogelvlucht deze genadetijd laat zien, beginnend met de dagen van de vroege kerk tot de tegenwoordige tijd en tot zijn terugkeer in glorie. De verzen 29-30 zeggen: ATer­stond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd wor­den en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkore­nen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der he­melen tot het andere@. De uitverkorenen worden dus opgenomen om Hem te ontmoeten en naar de aarde te begeleiden. Maar wat gebeurt er dan? Als ik de Bijbel goed interpreteer, zal er onmiddel­lijk een grote uitsorte­ring volgen van de historische vijanden van het Lam, zowel als van zijn volk Israël en van het lichaam van Christus. De gelijkenis van het onkruid laat ons geloven dat het Abrahamitisch verbond, ofschoon in menig opzicht wonderlijk vervuld, pas tot perfectie gebracht zal worden in het komende koninkrijk op aarde. Een complete vervulling is tot nu toe onmo­gelijk geweest doordat gedurende zijn bestaan het koninkrijk was vergeven van >onkruid=. Mattheüs 13 vertelt het verhaal van het koren. AHet Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker. Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren...@. Er zijn veel periodes geweest dat de mensen sliepen, ­de vijanden van Israël gelegen­heid gevend, maar er is geen vruchtbaarder tijd voor slapers dan  de huidige. Het is voor veel bijbellezers duidelijk dat wij leven in de tijd van de Laodicea-gemeente, onze geestelijke leiders die de >oogzalf= zo hard nodig hebben, het woekerende onkruid. Maar we hebben goed nieuws voor dat onkruid! De gelijkenis vertelt ons dat de tijd van de oogst het einde van deze wereld betekent; en de maaiers zijn de engelen. AZoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding der wereld. De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzen­den en zij zullen uit zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die de ongerechtigheid bedrijven@ B inclusief het mysterie van de ongerechtigheid, de machtsuitoefe­ning van de antichrist en de valse profeet, in hun pogingen onze identiteit uit te wissen.­

Wij leven in een tijd van ongekend gevaar van de kant van onze oude vijanden, die nauwelijks hun leedvermaak kunnen verber­gen in het vooruitzicht ons te kunnen vernietigen. De woorden van Psalm 83 zijn veelzeggend:

 

AO God, houd U niet stil,

zwijg niet en blijf niet werkeloos, o God

Want zie, uw vijanden tieren,

uw haters steken het hoofd op;

zij smeden een listige aanslag tegen uw volk

en beraadslagen tegen uw beschermelingen.

Zij zeggen: Komt, laten wij hen als volk verdelgen,

zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht.

Want zij hebben eensgezind beraadslaagd;

tegen U een verbond gesloten@

 

De openbaring van de Boze

Maar wij die het Woord van God kennen maken ons geen zorgen. Wij zijn er namelijk zeker van dat wanneer onze Heer terugkeert, >dan zal de Boze worden geopenbaard, wie de Heer zal vernieti­gen met het licht van zijn komst=. Daniël geeft in hoofdstuk 7 ons in het kort een beschrijving van die kwade macht en zijn einde. AHij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten, .....dan zal de vierschaar zich nederzetten, en men zal hem de heerschappij ontnemen en hem verdelgen en vernietigen tot het einde. En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten; zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen@ (25-28).

Dit te weten is een grote troost. (Lees ook Openbaring 17 en 18; II Thessalonicenzen 2)

 

Reiniging van het volk

Het lichaam van Christus, de kerk, behoeft niet gereinigd te wor­den, want het is al gereinigd door het bloed van het Lam. Maar kijk om u heen naar de huidige staat van het volk Israël, op de eilanden en in de kustlanden, dan wordt het duidelijk dat er een enorme behoefte is aan reiniging. Inderdaad, de wereld moet ver­lost worden van het >kwade virus= dat de hele planeet dreigt te vernietigen.

Wij moeten uitkijken naar de tijd dat wij bevrijd worden van onze wrede vijanden, die op dit ogenblik te midden van ons zijn, in de vreugdevolle verwachting dat onze gezegende Heer voorzorgs­maatregelen hiervoor heeft getroffen. Een gereinigd volk Israël zal een machtig instrument zijn in de handen van de Heer, voor de veiligheid en het welzijn van alle volken op aarde, wanneer de beloften van het Abrahamitisch verbond in hun volheid zullen worden verwezenlijkt.

 

Het Lichaam van Christus

Laten wij nu eens stilstaan bij wat zal gebeuren met het lichaam van Christus bij zijn terugkeer, met degenen die in geloof zijn gestorven en die nog in leven zijn. Wij zijn allemaal bekend met wat erover in de Bijbel staat: A...want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden@ (I Kor.15:52).

Wij zullen elkaar herkennen als persoon, toch zal er een geweldig kwaliteitsverschil zijn in onze lichamen! Onze lichamen zullen zijn als het verrezen lichaam van onze Heer, want wij zullen aan Hem gelijk zijn! Ieder van ons zal bekleed worden met de bedekking die Hij al voor ons bereid heeft door zijn dood en opstanding. A...wan­neer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heili­gen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot ge­loof gekomen zijn@ (II Thess.1:10). Het zal ook een tijd zijn van vereniging met onze geliefden en een tijd van kennismaking met de dapperen en getrouwen uit voorgaande eeuwen. Er zijn zoveel bijbelse en historische personen om te ontmoeten.

 

Oordeel

De rechterstoel van Christus zal onvermijdelijk volgen op zijn terugkeer en zal alleen de heiligen van de Allerhoogste omvatten. Deze rechterstoel is niet een plaats waar wordt gestraft, maar waar wordt beloond. I Korinthiërs 3:13-15 zegt in deze context heel nuch­ter:A...ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ie­ders werk is, dat zal het vuur uitmaken (KJV:reveal). Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, stand­houdt, zal hij loon ont­vangen@.

Vers 11 van dit bijbelgedeel­te houdt ons voor dat het funda­ment van iedere gelovige Jezus de Christus is, maar de Bijbel dringt er ook op aan dat wij erop letten hoe wij als individu op dit funda­ment bouwen. Zullen onze levens de test van het >vuur=, ­zoals goud of zilver wordt getest, kunnen doorstaan, of zullen onze goede werken zijn als hooi, stro of stoppels. Vers 15 werpt meer licht op de situatie: A...maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar door vuur heen@. Dat betekent dus dat wij niet kunnen worden beroofd van onze persoonlijke redding door Jezus Christus de Heer. Maar aan de andere kant betekent >met lege handen komen=, dat wij niet beloond zullen worden en waar­schijnlijk bedeeld worden met maar een kleine verantwoordelijkheid in het Koninkrijk van God op aarde òf met helemaal geen! Dat is een gedachte die tot na­denken stemt. Zullen wij mogen participeren in het koninkrijk met de hakken over de sloot of met een beloning voor onze trouw?

De gelijkenis van de talenten is hier van toepassing. Wij kunnen onze redding niet verdienen door goede werken, maar wij worden geacht verantwoordelijk en trouw te leven nadat wij toegewijde christenen zijn geworden. Degenen die hun leven hebben gesteld in dienst van God zullen worden beloond. De gelijkenis laat zien dat het de man was met het ene talent die niet werd beloond, om­dat hij niet trouw was geweest, zelfs niet in het kleine. Het is de trouw die uiteindelijk telt, niet het succes!

 

De natie in dienst van de Koning

Na de rechterstoel van Christus wacht er een kolossale taak op aarde voor de verheerlijkte en beloonde heiligen. Ieder zal dan gaan naar zijn of haar plaats in dienst van de Koning, >want zij zullen regeren over de twaalf stammen van Israël=, hen terug­brengen naar hun staat van heilig volk van God en  hun het goede nieuws van het Koninkrijk brengen, tot de tijd komt dat >geheel Israël gered zal zijn=, zoals Gods Woord zegt en >zij allen Hem zullen kennen, van de kleinste tot de grootste=. Dat zal de grootste opwekking aller tijden worden en de tijd zal komen dat de kern van het koninkrijk van God op aarde zijn grenzen zal verleggen en een steeds groter gebied op aarde zal omvatten. Zelfs de natuur zal de glorie van God weerspiegelen, want vóór die tijd was de natuur >in barensnood, wachtend op het openbaar worden van de Zonen Gods=.

Laten wij daarom trouw zijn tot het einde, terwijl wij bidden

                           Uw Koninkrijk kome

                            uw wil geschiede

                              in de hemel

                           alzo ook op aarde

 

Vert. Tj.Wijsman-Everaarts

Uit:The Covenant Voice

 

 

AVijf jaar Strijd tegen Internationalisme@       / 18,75

Van het kwartaalblaadje AStrijd tegen Internationalisme@ zijn de jaargangen 1996 t/m 2000 in een boekwerk van 144 pag. opgeno­men. Er is een mooie omslag voor ontworpen en het boek is een sieraad in de boekenkast, maar vooral een leerzaam boek, met uitvoerige inlichtingen over de internationale samenzwering tegen de nationale staten, het christendom en onze persoonlijke vrijheid.

U kunt het boek bestellen bij het Ned. Israël Boekenfonds onder nummer Strijd-5, het liefst door vooruitbetaling van het boek en de verzendkosten, totaal / 22,00 op onze postrekening (zie achterkant van dit blad).

 

 

ISRAËLS BEHOUD

 

 Hoofdstuk 4

 

De wetgeving behoort aan Israël

Wat wordt hiermee bedoeld?

 

 

Alleen Israël heeft Gods Wet ontvangen:

Deuteronomium 4:8.

AEn welk groot volk is er, dat inzettingen en verordeningen heeft zo rechtvaardig, als heel deze wet, die ik u heden voorleg?@

 

Deuteronomium 33:3-4.

AJa, Hij heeft de volken lief; al zijn heiligen; in uw hand zijn zij, aan uw voeten legeren zij zich, vangen iets op van uw woorden. Mozes heeft ons de wet geboden, een bezit voor de gemeente van Jakob.@

 

Psalm 147:19-20.

AHij heeft Jakob zijn woorden bekendgemaakt, Israël zijn inzet­tingen en zijn verordeningen. Aldus heeft Hij aan geen enkel volk gedaan, en zijn verordeningen kennen zij niet. Halleluja.@

 

Romeinen 3:9.

ANu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hen spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God.@

 

Galaten 4:4-5.

AMaar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.@

 

Hebreeën 7:11.

AIndien nu het Levitische priesterschap het volmaakte gebracht had, immers, daaronder heeft het volk de wet ontvangen - waar­om was het dan nog nodig, dat een andere priester naar de orde­ning van Melchisedek opstond, van wie niet gezegd werd, dat hij naar de ordening van Aäron is?@

 

De Wet behoort aan Israël en haar nageslacht. Die Wet was slechts een schaduw van de toekomstige weldaden die God aan Zijn Volk zou bewijzen:

Hebreeën10:1.

AWant daar de wet slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken.@

 

Die Wet heeft God zelf (Een is wetgever en rechter), op stenen tafels geschreven, om Israël te onderrichten:

Exodus 24:12.

ADe Here zeide tot Mozes: Klim op tot Mij, de berg op, en blijf daar, dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en het gebod, die Ik opgeschreven heb, om hen te onderwijzen.@

 

Israël moest zeer nauwkeurig volgens die wet wandelen:

Leviticus 25:18.

AZo zult gij mijn inzettingen opvolgen en mijn verordeningen nauwgezet in acht nemen; dan zult gij veilig wonen in het land.@

 

Deuteronomium 4:5-6.

AZie, ik heb u inzettingen en verordeningen geleerd, zoals de He­re, mijn God mij geboden had, opdat gij aldus zoudt doen in het land, dat gij in bezit gaat nemen. Onderhoudt ze dan naarstig, want dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn in de ogen der volken, die bij het horen van al deze inzettingen zullen zeggen: Waarlijk, dit grote volk is een wijze en verstandige natie.@

 

Deuteronomium 17:11, 18-20.

ANaar het onderricht dat zij u geven, en naar de beslissing die zij u bekend maken, zult gij handelen; gij zult van de uitspraak die zij u aanzeggen, niet afwijken naar rechts of naar links.....Wanneer hij nu op de koninklijke troon gezeten is, dan zal hij voor zich een afschrift laten maken van deze wet, welke bij de levitische pries­ters berust. Dat zal hij bij zich hebben en daarin zal hij lezen gedu­rende heel zijn leven om te leren de Here, zijn God, te vrezen door al de woorden van deze wet en al deze inzettingen naarstig te onderhouden, Opdat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broe­ders, en hij van het gebod niet afwijke naar rechts of naar links, opdat hij lange tijd koning moge blijven, hijzelf en zijn zonen, te midden van Israël.@

 

Jozua 22:5.

AAlleen, volbrengt zeer nauwgezet het gebod en de wet, welke Mozes, de knecht des Heren, u geboden heeft: dat gij de Here, uw God, zoudt liefhebben, in al zijn wegen wandelen, zijn geboden onderhouden, Hem aanhangen, en Hem dienen met geheel uw hart en met geheel uw ziel.@

 

2 Koningen 21:8.

AIk zal Israëls voet niet meer doen wijken van het land dat Ik aan hun vaderen gegeven heb, indien zij slechts naarstig doen naar al wat Ik hun geboden heb, en naar de gehele wet, die mijn knecht Mozes hun geboden heeft.@

 

2 Kronieken 14:4.

AEn beval de Judeeërs, de Here, de God hunner vaderen, te zoeken en de wet en het gebod te volbrengen.@

 

Ezra 7:10.

AWant Ezra had er zijn hart op gezet om de wet des Heren te on­derzoeken en haar te volbrengen, en om in Israël inzetting en verordening te onderwijzen.@

 

Nehemia 10:29.

A...sloten zich aan bij hun broeders, hun voornaamsten, en ver­plichtten zich onder zelfvervloeking en onder ede, om te wandelen naar de wet van God, die door de dienst van Mozes, de knecht Gods, gegeven was, en om naarstig te onderhouden al de gebo­den, verordeningen en inzettingen van de Here, onze Here.@

 

Maleachi 4:4.

AGedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb voor gans Israël, inzettingen en verordeningen.@

 

Wie die Wet onderhoudt is gelukkig en verstandig:

Psalm 94:12.

AWelzalig de man die Gij kastijdt, Here, die Gij onderwijst uit uw wet.@

 

Spreuken 29:18.

AIndien openbaring ontbreekt, verwildert het volk, maar heil hem die de wet bewaart.@

 

Jakobus 1:25.

AMaar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.@

 

Psalm 119:66, 92-93.

ALeer mij goed onderscheiden en kennen, want ik stel vertrouwen in uw geboden...Ware uw wet niet mijn verlustiging geweest, dan was ik vergaan in mijn ellende. Nimmer zal ik uw bevelen verge­ten, want door deze hebt Gij mij levend gemaakt.@

 

Spreuken 28:7.

AWie de wet betracht, is een verstandig zoon, maar wie het met de doorbrengers houdt, maakt zijn vader te schande.@

 

Israël heeft Gods Wet overtreden en verworpen:

Psalm 78:10.

AZij onderhielden Gods verbond niet, zij weigerden in zijn wet te wandelen.@

 

Jesaja 5:24.

ADaarom zal, zoals een vuurtong stoppelen verteert en brandend stro ineen zinkt, hun wortel als molm worden en hun bloesem als stof opstuiven, omdat zij de wet van de Here der heerscharen verworpen en het woord van de Heilige Israëls hebben ver­smaad.@

 

Jesaja 24:5.

AWant de aarde is ontwijd door haar bewoners, omdat zij de wet­ten hebben overtreden, de inzetting ontdoken, het eeuwig verbond verbroken.@

 

Jesaja 30:9.

AWant het is een weerspannig volk, leugenachtige kinderen, kin­deren die de wet des Heren niet willen horen.@

 

Jeremia 6:19.

AHoor, gij aarde, zie, Ik breng onheil over dit volk, de vrucht van hun eigen overleggingen, want zij luisteren niet naar mijn woor­den, en mijn wet verwerpen zij.@

 

Jeremia 16:11.

ADan zult gij tot hen zeggen: Omdat uw vaderen Mij hebben ver­laten, luidt het woord des Heren, en andere goden zijn achternage­lopen en die hebben gediend en zich voor die hebben nedergebo­gen, en Mij hebben verlaten en mijn wet niet hebben gehouden.@

 

Ezechiël 7:26.

ARamp op ramp zal komen, gerucht op gerucht zich verbreiden. Zij zullen een gezicht begeren van een profeet, aan de priester zal een aanwijzing ontbreken en raad aan de oudsten.@

 

Ezechiël 22:26.

AZijn priesters doen mijn wet geweld aan en ontwijden mijn heili­ge dingen; tussen heilig en onheilig maken zij geen onderscheid, het verschil tussen onrein en rein onderwijzen zij niet, en voor mijn sabbatten sluiten zij hun ogen; zo word Ik te midden van hen ontheiligd.@

 

DE WETGEVING BEHOORT ALLEEN AAN ISRAËL!

 

 

 

Het gaat over Israël (11)

 

De terugkeer

Het Nieuw-Babylonische Rijk bereikte onder koning Nebukadne­zar zijn hoogtepunt. Dit rijk is het eerste dat genoemd wordt in Dan.2:36-43. (Vgl. Jer. 27:6,7). Het gaat ten onder tijdens de rege­ring van koning Belsazar (Dan.5:30) zoals ook voorzegd in Jes.13:19-22, Jer.50:39 en 51:62.

De Perzische vorst Cyrus B in Ezra 1:1 Kores genoemd B valt Babel aan en Belsazar wordt verslagen. De hoofdstad gaf zich zonder strijd over en Cyrus werd als bevrijder en wereldbeheerser ge­vierd. Dit speelde zich af in 539 v.Chr. Cyrus wordt in Jes.44:28 "Mijn herder" en in Jes.45:1 "gezalfde" genoemd.

 

Hij vaardigt een decreet uit (Ezra 1:1-4), dat de ballingen uit Juda toe­stemming verleent terug te keren. Na ongeveer 70 jaren balling­schap keert een deel van hen inderdaad terug naar het heilige land onder leiding van Zerubbabel en Jeshua. (Ezra 2:2; Neh.7:7; 12:1). Dit geheel over­eenkomstig de profetie van Jeremia (Jer.25:11,12; 27:22; 29:10). AWant zo zegt de HERE: Neen, als voor Babel zeven­tig jaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien (... ) door u naar deze plaats terug te bren­gen.@ (Vgl. Dan. 9:2).

De eerste en grootste groep teruggekeerden omvatte ongeveer 50.000 personen en deze waren vermengd met niet-Israëlitische elementen. (Ezra 9:1,2; Esther 8:17). Ongeveer 80 jaren later keert nog een aantal terug onder Ezra. (Ezra 8:1-20). Voor alle duidelijk­heid: de eerder weggevoerde tien stammen van het noordelijk rijk Israël en een deel van Juda zijn nooit en te nimmer teruggekeerd.

Eenmaal in het heilige land aangekomen, hebben zij de tempel (Ezra 3:8-10; 6:15) en Jeruzalem (Neh.2:17; 6:15) herbouwd. (Hag­gaï 1:1-14; 2:10).

 

Israël, Juda, Joden

Hoewel de teruggekeerden Joden worden genoemd (Neh.1:2) worden zij ook aangesproken als Israëlieten (Ezra 3:1; Neh.9:2), de naam (erenaam) waarop zij nog steeds recht hadden. Ook worden zij aangesproken als Judeeërs (o.a. Ezra 4:12). De naam Jood is ontstaan tijdens de ballingschap en is afgeleid van het He­breeuw­se woord voor Juda en komt in de vertaling 1951 van onze Bijbel voor het eerst voor in Nehemia 4:1. Tussen haakjes zij vermeld, dat er vertalingen (Engelse) zijn waarin de naam Jood/Jo­den voor het eerst voorkomt in de eerste helft van de 18e eeuw. Maar om kort te gaan: wij kunnen dus niet spreken van bijvoorbeeld de uittocht van de Joden uit Egypte. Ook de koningen van Israël en Juda mogen geen Joden worden genoemd. En over de Jood Abra­ham zullen wij in het geheel niet kunnen spreken; hij was zelfs geen Israëliet, maar Hebreeër. De specifieke Joodse leer (het Judaï­sme) is ontstaan in en na de ballingschap en vastgelegd in de Talmoed. Het 'begrip' Jood zouden wij dus in de eerste plaats als een godsdienstige aanduiding kunnen zien.

 

Allengs gingen steeds meer mensen van niet-Israëlitische oor­sprong over tot de joodse leer, vooral daar de Joden stad en land rondgingen om proselieten te maken (Matth.23:15). Wij kunnen hierbij ook denken aan de door Johannes Hyrcanus afgedwongen overgang tot de joodse leer van de Edomieten/Idumeeërs (nako­melingen van Ezau) in 130 v.Chr. Hij hoopte hiermee de tegenstel­ling tussen Juda en Edom op te heffen. En wij mogen wel stellen, dat hij daarin is geslaagd. Uit hen kwamen de Herodessen voort, die zich wel Jood mochten noemen, maar beslist niet van Israëli­tische af­komst waren, maar van Edomitische. Ook Itureeën gingen in 103/4 v.Chr. gedwongen tot de joodse leer over. Wij mogen hieruit de conclusie trekken, dat veel Joden zeker Israëlieten zijn, maar zeker niet alle Israëlieten Joden. De joodse leer bevat elemen­ten en opvattingen, die vreemd zijn aan het oorspronkelijk Mozaï­sch/Israëlitisch geloof, hoewel er toch veel verwijzingen zijn naar de Thora, zoals die is vastgelegd in de boeken van Mozes.

 

In dit opzicht maakt de Israël-visie een duidelijk onderscheid tus­sen Israëliet en Jood, evenals tussen Israël en Juda. Maar wel met vooral de nadruk op het feit, dat Israël en Juda B waar­onder Joden B broedervolken zijn, die nu nog gescheiden, weer eens herenigd zullen worden.

In ieder geval vormden de uit Babel teruggekeerden de Joodse natie B voor zover van natie kan worden gesproken. Zij was name­lijk volledig afhankelijk van de heersende grootmachten, om te beginnen van Perzië.

Na ongeveer vierhonderd jaren wordt in deze natie de beloofde Messias geboren van wiens komst en leven zeer veel profetieën in het Oude Testament getuigen. Om enkele te noemen: Ps.118:22; Jes.7:14; 9:5,6; 11:1,2; 40:3; Jer.23:5,6; Dan.2:44; 9:24-26; Hos.11:1; Micha 5:1; Zach. 9:9-13; Mal.3:1; 4:5.

 

En om de welhaast bekendste te citeren:

AEn gij, Bethlehem Efratha...@ (Micha 5:1; zie Matth.2:6).

AMaar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan...@ (Dan.2:44; zie Matth.3:2; 4:17).

AWant een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst@. (Jes.9:5; zie Luc.1:31-33).

AEn er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï'...@ (Jes.11:1; zie Rom.15:12).

J. Alberts

 

 

 

BRANDPUNT JERUZALEM

(De tikkende tijd­bom)

 

Voor u het hieronder volgende stukje doorleest, eerst even een nadere verklaring. Het gaat er om, dat lieden zonder enige of maar weinig kennis van bijbelteksten,, een idee krijgen van wat rond die stad aan de hand is. Zoals hierboven in twee woorden in de titel gesteld, is dat voor een ander niet zo maar duidelijk en dat doet zich bij meer bijbelse onderwerpen voor. Hier dan een voorzichti­ge poging een en ander rond Jeruzalem in wat gemakkelijker be­woordingen weer te geven, zoals ik dat dan in "de praktijk" doe en dan nog wat vlotter!

De aanhef van dit stukje is niet origineel; de hele wereld is oogge­tuige, voor zover voorzien van TV. Zien is echter nog geen zicht op deze stad als het strijdtoneel van de Internationale krachtlijnen, waar geregeld de vonken in het rond vliegen.

Ik kan me voorstellen, dat velen het toneel daar met verbijstering bezien; het is dan ook een patstelling van de volken en de belang­engroepen aldaar en niemand weet de oplossing. En al ben je nog zo met hen begaan, vanuit de Joodse staat gezien, is het gewoon hopeloos. Voor het moment heeft de staat Israël militair een abso­lute overmacht, die echter niet effectief te gebruiken is en aan slij­tage onderhevig.

Joodse kennissen van een collega van mij zagen die ingebakken moeilijkheden al zo'n jaar of veertig geleden. De oude profeten waren duidelijk genoeg. "Wij Joden moeten ons niet in Israël vesti­gen, de Messias zal het sein geven en wie nu gaat, doet dat op eigen risico", aldus de deskundigen.

De bijbelschrijvers hadden er indertijd natuurlijk geen idee van dat dit alles wereldwijd te zien zou zijn, maar zij hadden wel hun "schrijfinstructies" en dat was het dan. In hun instructies was ver­weven het centrale plan van de Regisseur van het universum, inhoudende de wereld te voeren naar haar definitieve ordening. Inderdaad mèt alle pijn van dien.

De verbeten weerstand van duistere machten op de achtergrond zorgt dan wel voor de nodige hindernissen, maar het ingebouwde centrale plan in deze hele geschiedenis is niet te ontregelen. Wel is er de nodige "ruis", om het eens modern te zeggen en het loopt met een geweldige sisser af, maar dan moet ik dat wel nader om­schrijven met "dramatisch". Je zult door het noodlot, bijv. door geboorte in het "verkeerde" volk, maar als soldaat of iets dergelijks op pad gestuurd worden!

Vanaf een afstand het toekomstige strijdtoneel overziend kun je dan denken aan wat komen gaat. Proberen in de toekomst te kij­ken is gewoon een riskante zaak, gezien onze menselijke beperkt-heden. Opletten dus en aandacht voor wat in de bijbel aan rele­vante aanwijzingen te vinden is. Hierbij zijn enkele heel duidelijke geografische lijnen waar te nemen, alsmede historische gegevens die bijv. als aanvulling op het bijbelse verhaal in elke goede ency­clopedie e.d. te vinden zijn.

Vanuit een comfortabele positie het hele Midden-Oosten overzien­de en verder de wereld rond, valt het volgende samen te vatten:

1 Jeruzalem ligt ongeveer op het middelpunt van de totale aardse landmassa's, als wel in ongeveer dezelfde situatie temidden van de in bijbelse tijden bekende landen;

Grote antieke beschavingen lagen in bijbelse tijden op niet al te verre afstand, of waren reeds historie;

Van oudsher lopen er internationale verbindingslijnen via het gebied waar Jeruzalem ligt. Sinds auto en vliegtuig normale zaken zijn geworden ligt dat wel iets anders, maar niet wezen­lijk.

Binnen de hier in het kort geschetste geografische situatie waren er dan de culturele en economische betrekkingen met de omliggende landen, zij het dan dikwijls in negatieve zin. Zoals normaal te achten, waren er rondom oorlogen, en niet zelden Israël er bij betrokken en de ene macht schakelde de andere uit.

Hoewel Israëls ervaringen met zijn buren, veraf en dichtbij, niet altijd zo aangenaam waren, was dat toch wel leerzaam. De Egypti­sche periode was een goede leerschool en daar groeide de familie, met aanhang van bedienden en slaven, uit tot een volk. De tocht door de woestijn was een beproeving, maar vormend en zuive­rend. Aan Israël werd de Wet gepresenteerd, welke in de loop van tientallen eeuwen zou uitgroeien tot een morele ondergrond voor de hele wereld (min of meer).

In de Tien Geboden en de volgende nadere uitwerking daarvan werd veel ervaringswijsheid in een bijbels-juridisch jasje gestoken. In de wetgeving zijn dan wel heidense voorgangers te noemen, waar­van bijv. Hammoerabi de bekendste is en natuurlijk kan ook een heiden goede gedachten ontwikkelen. Wellicht heeft Mozes, met de Allerhoogste Toestemming uiteraard, er toch wel iets mee gedaan.

Zo was er dan vanuit het verre verleden een, overigens wisselend, bijzonder samenstel van politieke en geografische krachtlijnen, in wat nu aangeduid wordt met Midden-Oosten (vroeger ook wel genoemd Nabije Oosten).

Egypte had daar vanouds een belangrijke functie. De beginfase van Israëls ontwikkeling tot zelfstandig volk is zonder Egypte eigenlijk niet denkbaar. Anders had dat alsnog uitgevonden moe­ten worden.

In de eindfase van Israëls verblijf in Palestina was dan Zuid-Oost-Europa als machtsfactor bij het hele gebied betrokken (Alexander de Grote - Romeinen). Hierbij dan wel de aantekening, dat het gros van Israël reeds lang vertrokken was, en op weg om via een grote omweg en veel avonturen uiteindelijk aan te komen in hun voorlopig definitieve gebied in de westelijke helft van Europa en de einden der aarde tot hun bezit (Ps. 2:8).

Voor wat Jeruzalems situatie betreft moet het begrip Oosten ge­zien worden tot en met Perzië, vanwege de rol van dat land, en van het vroegere Babel, in Israëls geschiedenis. Niet betrokken bij de vorming van Israël en diens verdere gang door de geschiedenis zijn dan de koningen die "van de opgang der zon" komen = het (heel) Verre Oosten (Op. 16:12).

De komst van de Islam na 600 schudde drastisch de kaarten in het hele Midden-Oosten op politiek, economisch en cultureel gebied en op termijn viel Jeruzalem in Arabische handen. Europa had ook het nodige te stellen met de oprukkende Arabische legers en kon hen nog maar net op tijd (Poitiers 732) van zich afschudden. Span­je had bij dit alles wel het meest te verduren en onontkoombaar werd zijn blazoen met een Arabisch sausje overgoten.

Ik wil dan wijzen op de Arabische inbreng in de vorming van Europa, in de grote periodes van "vrede" in deze hele botsing van Arabië met wat nu Europa heet (West-Midden en Zuid), maar toen feitelijk de puinhoop van het (West-)Romeinse rijk. Bij de geleidelijke ineenstorting, of beter ontbinding van dat rijk, werd de kern, het westelijk deel met Rome, gescheiden van het Oost-Romeinse = Byzantium, hetwelk, "in de druk der tijden" het leven rekte tot 1453, de val van Constantinopel.

De Turken, geïslamiseerd en nog fel, nog niet zo gefragmenteerd in allerlei sekten en koninkrijkjes als de Arabische volken, waren hun aanval op Europa begonnen na een lange voorbereidende periode. De Balkan, hun belangrijkste doel na de verloren zeeslag van Lepanto (1591), werd, voor de zoveelste keer, het speelveld voor doortrekkende legers met de bijbehorende oorlogsmisdaden. De Turken werden ook maar ternauwernood, in 1683, bij Wenen definitief gestopt, waarna hun macht langzamerhand afbrokkelde. Hun bezetting van Palestina vond, zoals bekend, een einde bij de bevrijding van Jeruzalem in 1917.

De situatie rondom die stad en in de landen daaromheen werd nu als het ware voorbereid voor de eindstrijd tegen de anti-goddelijke krachten, waarvan we nu de eindfase zijn ingegaan.

Nu nog even terug naar het Romeinse Rijk. Het westelijk deel bezweek uiteindelijk onder de invallen van volksstammen uit Azië (Israëlitische groepen?!); de volksverhuizing = het opdrijven van volksgroepen door de Hunnen tot in Midden-Europa. (Zij hadden "bondgenoten" bij hun tochten, die eigenlijk hun tegenstanders hoorden te zijn!)

De Hunnen waren niet te stoppen totdat Attila, de aanvoerder, bezweek in de armen van een vrouw (453), waarna het Hunnenrijk door twisten uiteenviel. (Opvolgingsstrijd tussen de vele zonen).

Door de eeuwenlange wanorde in Europa was de verbinding met een belangrijk deel van de Europese cultuur, Griekenland, verbro­ken. De Griekse taal en cultuur waren ook buiten het eigenlijke Griekenland actief aanwezig in het hele Midden-Oosten.

In het kielzog van de Arabische legers kwam een belangrijk deel van het Griekse gedachtegoed terug in Europa. Arabische geleer­den in het hele Midden-Oosten hadden de Griekse traditie opge­pakt en er verder mee gewerkt en waren er in thuis. Uiteraard was deze Griekse cultuur voor-Christelijk. Maar de vroege Christenen moesten er toch mee leven en, getuige de taal van het Nieuwe Testament, werd deze tot op zekere hoogte kritisch aanvaard.

Van de heidense trekjes in de Griekse cultuur heeft het deel van Israël dat terugkwam uit Babel resp. Perzië heel wat last gehad. Niettemin werd door de oude Griekse wijsgeren mede door van andere volkeren ontvangen basiskennis, het fundament voor de moderne wetenschap gelegd. In de loop van de geschiedenis kwam dan een en ander kennelijk op de juiste plek terecht om uit te groeien tot wat men thans in allerlei wetenschappelijke potjes op het vuur heeft staan.

Conclusie: vanuit verschillende gezichtshoeken komt Jeruzalem in beeld:

1.       De geografische lijnen (nrs 1-2-3 hiervoor) = de klassieke kara­vaanwegen - handelsconnecties - militaire marsroutes - politie­ke druklijnen; met doorwerking in zekere zin tot in onze da­gen, met een krans van argwanend toekijkende landen rond het landje Israël;

 

2.          Betrokkenheid via "afstamming" van Abraham, zowel in "fami­liaire zin" als wel "volkenkundig".

Abraham:

                               {  Jacob       12 zonen + 1 dochter

lijn Sara B> Izaak   {

{  Ezau        zonen met Hethietische vrouwen

lijn Hagar         -->   Ismaël --> diens zonen (Gen. 25:12-18)

lijn Ketura        -->   haar zonen (Gen. 25:1-5)

lijn bijvrouwen -->   hun zonen (Gen. 25:6)

 

3.      De vier hoofdlijnen zijn dan alle verder gesplitst in een schake­ring van volken en volkjes. Waarbij dan te bedenken valt, dat in Abrahams tijd er reeds gevestigde volken waren, die soms samensmolten met andere dan wel geheel "verdwenen" Dan blijkt er later ter plekke een ander volk te verblijven - etnische zuivering? Kan uitgegroeide familie uit de lijnen Hagar, Ketura resp. "bijvrouwen" zo voorspoedig zijn, dat zo'n lijn een geheel volk(je) overneemt, absorbeert? (Zie de omschrijving bij Gen. 25:16). Zie ook de troost voor Hagar (Gen. 16:10-11)

4.      Verder als in meerdere of mindere mate tot Abraham terug te traceren Joden - Christenen - Arabieren, met alle betrokkenheid in de tegenwoordige tijd en alle drie aanwezig in Jeruzalem, in een onoplosbaar totale tegenstelling;

5.      In de moderne tijd dan de betrokkenheid van de westerse we­reld via koloniaal verleden - immigratie - vluchtelingenstroom - handelsrelaties - oliebelangen - militaire aanwezigheid (vloot).

We laten dan rusten de Internationale geldstromen - wapenhandel en fabricage - drugs. En dan het dwaze partijkiezen voor Arafat, die een onveranderde eis inzake Jeruzalem stelt.

 

Zo heb ik dan gepoogd over de stelling "Brandpunt Jeruzalem" enige zinnige zaken bijeen te schrijven, hetgeen niet zo eenvoudig was.

J.C. Koekebacker

 

Ingebonden jaargangen Een Nieuw Geluid

 

We hebben de ingebonden jaargangen van Een Nieuw Geluid nu compleet tot en met het jaar 2000. In 1999 was het mei-nummer een mislukking vanwege de ondertussen verwijderde hersentu­mor van de eindredacteur. Dat nummer is geheel nagekeken en verbeterd in de ingebonden jaargang opgenomen. Er zijn ook nog losse, verbeterde mei-nummers 1999 beschikbaar (gratis).

 

De jaargangen kosten / 30,-- per stuk + / 5,-- verzendkosten. Wie de eigen jaargang inlevert (ongeschonden) betaalt / 10,-- minder. Dat inleveren kan ook later gebeuren. We zullen de ingebonden jaargangen ook meenemen naar de Israël-bijeenkomst in Apel­doorn. Dat bespaart portokosten.

 

 

 

Van redactie en bestuur

 

 

We hadden een goede conferentiedag op 19 mei. Jammer dat er niet meer mensen waren, maar het onderlinge contact was goed en we hebben genoten van de films en de lezing. Ver­toond zijn de film AWondere Paral­lel@ en AAls Vliegende Vogelen@. De eerste film is met video op een groot scherm vertoond en de twee­de gewoon als film. We kunnen deze films overal vertonen als er ergens belangstelling is.

De lezing van de heer J. den Admi­rant werd met grote aandacht ge­volgd en gaf aanleiding tot uitvoe­rige gedachtewisseling. Dat is het mooie onder ons. We ko­men samen uit heel verschillende achtergronden en daardoor kunnen we elkaar opbouwen. Naar elkaar luisteren en met elkaar rekening houden is belangrijk. Ons uitgangspunt is altijd de waarheid van de Bijbel, het Woord van God!

 

Op 20 september is de Israëlconferentie van de Zebulon-kring in Apeldoorn. Daar zijn wij niet voor verantwoordelijk, maar we werken graag samen en wekken onze lezers op er aan mee te doen.